Blog

Artikel 4: Vragen en opdrachten

Vragen:

Houdingen.

In mindfulness onderscheiden we zeven houdingen die leiden tot reactiviteit. Elke houding gaat gepaard met gedachten. De tegenovergestelde houdingen wijzen je de weg naar acceptatie en mildheid. Welke pas jij toe? Welke zijn gewoonte? Wat is een uitdaging? Waardoor komt dat? En wat kan het opleveren als je de uitdaging aan gaat?           

1.     Oordelen – Niet oordelen

Oordelend denken (‘Goed’/’Niet goed’) verhindert ons om volledig bewust te zijn van het moment zelf. In plaats daarvan komen we in een reeks van gedachten terecht. Minder oordelen komt neer op erkennen dat je niet alles weet. Je luistert dan beter, ziet scherper en merkt meer op. Je bent opener en ontvankelijker.

2.     Ongeduld – Geduld

Ongeduld gaat gepaard met de gedachte: ‘Dit moet veranderen’. Bij geduld laat je zien dat je begrijpt en accepteert dat dingen hun tijd nodig hebben.

“Heb je het geduld om te wachten tot de modder zakt en het water helder wordt? Kun je in stilte verwijlen tot de juiste handeling vanuit zichzelf ontstaat?” – Lao Tse

3.     Weten – Frisse blik

Elk nieuw moment is uniek. Al leg je elke dag dezelfde route af naar je studie of werk, al volg je elke dag hetzelfde ritueel bij het naar bed brengen van je kinderen, je ervaring kan telkens anders zijn. Laat je je verwonderen en ga je nieuwe mogelijkheden zien of weet je het wel en denk je ‘Ken ik al’?

4.     Wantrouwen – Vertrouwen

Vanuit een houding van wantrouwen ontstaan gedachten als ‘Hoe moet het nu?’. Als je in het leven kunt vertrouwen, dan weet je dat er vanzelf oplossingen komen. Oplossingen die je nu wellicht nog niet kan bedenken of voorzien, maar die bij je zullen passen.

5.     Streven – Niet streven

Doelen stellen en plannen maken, helpen om richting te geven. Maar als je bij wat je doet, bezig bent met dit verkrijgen of bereiken of met de gedachte dat je iets moet, dan kan je niet tegelijk mild en open waarnemen wat er op dat moment is. Niet streven is erop vertrouwen dat als je aandacht hebt bij wat je nu doet dat je dan uiteindelijk vanzelf bij een goed einddoel uitkomt.

6.     Verwerpen – Aanvaarden

Besteed je energie aan het ontkennen wat er al is? “Nee, dit niet!”. Als je je tegen een ervaring verzet, dan sta je er niet meer voor open. Je kunt alleen aanwezig zijn in het moment als je de huidige ervaring ziet en aanvaardt zoals die is. Als het niet leuk is, dan is het niet leuk. Als er pijn is, ongeduld of angst dan is dat zo. Dat is wat anders dan lijdzaam toezien. Pas als je de huidige ervaring kan (h)erkennen voor wat ze is, kan je bewust een goede afweging maken over wat vervolgens te doen.

7.     Vasthouden – Loslaten

Probeer je momenten vast te houden, omdat je niet wilt dat ze voorbij zijn? Dan is je gedachte ‘Dit moet doorgaan’. Loslaten lijkt misschien een activiteit, maar eigenlijk is vasthouden de (re)activiteit. Loslaten is het open houden van je hand, om vrij te laten zijn, wat je anders omklemt.

Overtuigingen.

Aan welke overtuiging(en) hou je vast? Wat maak je jezelf wijs? Bijvoorbeeld: “Een baan vinden die leuker is, lukt toch niet”. “Ik ben nu eenmaal afhankelijk van hem, dus ik kan me maar beter gedeisd houden”. “Zonder drank wordt het niet gezellig”. “Ik heb recht om me nog slachtoffer te voelen, want wat zij gedaan heeft, kan echt niet door de beugel”. “Ik heb het toen niet goed gedaan, ik zal daar nog lang voor moeten boeten”.

Welke gedragspatronen houd je daardoor in stand? En wat is het effect daarvan? Wie ben je zonder die overtuiging(en)?

Emoties.

Welke terugkerende emotie(s) vind je lastig? Hoe ga je daar nu mee om? Wat is je reactie? Met welk effect? Wat maakt de emotie(s) zo lastig of hardnekkig?

Pas de komende dagen voor jezelf de HEEL methode toe bij emoties die je lastig vindt.

 
Opdrachten:

Opkomende gedachten.

Vandaag als je thuis op de bank zit, of bijvoorbeeld in de tuin of achter je pc, en je bent net klaar met wat je aan het doen was, blijf dan nog even 5 minuten zitten. Je besluit om deze 5 minuten even niets te doen. Je gaat alleen kijken naar gedachten die opkomen. Je wilt ze niet begrijpen of veranderen en ook niet opvolgen. Alleen kijken. En kijk dan na een poosje of je je gedachten kan benoemen. Bijvoorbeeld, gedachten over dingen die je nog gaat doen: ‘toekomst’. Gedachten over dingen die al gebeurd zijn: ‘geweest’. En gedachten over wat je nu doet of denkt: ‘denken over’. Verlies je niet in de inhoud van gedachten. Blijf dit gewoon 5 minuten doen, op een milde manier, zonder streven.

Wat is je opgevallen?

Buitenaards wezen.

Bij de vraag over houdingen heb je gelezen over ‘frisse blik’. Hoe is het met jouw frisse blik?

Kijk eens of je vandaag kan doen alsof je een buitenaards wezen bent dat hier op aarde komt rondsnuffelen. Bekijk alles dat je tegenkomt met verwondering. Alsof je het nog nooit geproefd, gevoeld, geroken of gehoord hebt. Laat je verrassen en merk op hoe het is om geen betekenis te geven en niet te oordelen. En als je toch oordeelt, kun je dan mild zijn naar jezelf?

Prettige gebeurtenissen.

Zelfs bij aangename ervaringen neemt de automatische piloot het geregeld over. Door onze houding nemen we vaak niet de tijd om prettige dingen echt te ervaren. Als je opmerkzaam bent op een prettige gebeurtenis wordt je ervaring intenser. Het effect strekt zich uit tot voorbij het moment zelf.

Zeker in deze tijd kan het fijn zijn om het effect van plezierige ervaringen te vergroten. Dat kan door je werkelijk bewust te zijn van de prettige gebeurtenissen op je dag en van de gedachten, gevoelens en lichamelijke sensaties die er zijn als je die aangename ervaring beleeft. Het gaat om kleine gebeurtenissen, momenten die we allemaal kennen en die vaak langs kunnen komen: een onverwachte glimlach van iemand, een meevallertje of een flard muziek uit een raam, zoals in Italië de laatste tijd vaak is te horen.

Sta vandaag en morgen stil bij de prettige gebeurtenissen die zich voordoen. Identificeer je niet met de gebeurtenis, voeg niets toe aan je ervaringen, maar merk eenvoudigweg je ervaringen en reacties op (als een toeschouwer). Welke gedachten, gevoelens en lichamelijke gewaarwordingen ervaar je tijdens de prettige gebeurtenis? Noteer vandaag en morgen aan het eind van de dag, zo precies mogelijk, al je ervaringen bij de prettige gebeurtenissen. Gebruik daarbij de precieze woorden of beelden die op dat moment bij je opkwamen. Wat valt je op?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *